FAQ

Algemeen

GRO is geen afkorting. GRO is een Noorse meisjesnaam en betekent “groei”.

Dit duurzaamheidsinstrument werd genoemd naar de Noorse ex-premier Gro Harlem Brundtland, die voorzitter was van de VN-commissie “World Commission on Environment and Development” en die in 1987 het rapport “Our Common Future” uitbracht.

De toepassingsmatrix wordt bijvoorbeeld gebruikt bij

  • grotere en complexe projecten,
  • projecten waarbij de binnencomforteisen variëren tussen de verschillende ruimtes,
  • DB(FM)-opdrachten om de prestatie-eisen per lokaal contractueel vast te leggen.
    Per ruimte kan aangeduid worden
  • of GRO van toepassing is dwz. of deze ruimte via GRO beoordeeld wordt of niet. Bij secundaire ruimten en ruimten waar geen bijzondere eisen aan gesteld worden zoals bergingen, sanitair, parkings enz. kan bv aangegeven worden dat ze vorstvrij, cfr wetgeving… gerealiseerd moeten worden.
  • het gewenste minimale comfortniveau in vorm van het prestatieniveau cfr. GRO


Hieronder zijn twee voorbeelden van een toepassingsmatrix, een eenvoudige en een meer gedetailleerde matrix.


Eenvoudige matrix





Gedetailleerde matrix





De uitgebreide uitleg is in het tabblad ‘Handleiding’ van de excel-file BIN-Toepassingsmatrix te vinden.

Dezelfde overzichtsfile wordt doorheen het volledige project gebruikt. Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen de file als communicatietool gebruiken om opmerkingen te formuleren, bij te sturen, de ambitie op te volgen enz.

 

  • Fase voorbereiding: de opdrachtgever vinkt de criteria aan die van toepassing zijn op de opdracht. Hij duidt aan voor welke criteria hij minimale prestatieniveaus vooropstelt.
  • Fase offerte bij een DB(FM): de inschrijver vult de overzichtsfile in die bij het bestek werd gevoegd. Hij duidt per criterium het beoogde prestatieniveau aan, onderbouwd met de gevraagde bewijsvoering en beschrijft zijn aanpak in de nota duurzaamheid.
  • Fase offerte bij een wedstrijd (geen schetsontwerp, enkel visie gevraagd): De overzichtsfile hoeft niet ingevuld te worden door de inschrijver. Meestal wordt een visienota of plan van aanpak duurzaamheid gevraagd waarin ingegaan wordt op de verschillende aspecten rond duurzaamheid en hoe deze in het project geïntegreerd en gerealiseerd kunnen worden.
  • Fase offerte bij een wedstrijd met schetsontwerp: De inschrijver vult de overzichtsfile die bij het bestek werd gevoegd in. Hij duidt per criterium het beoogde prestatieniveau aan en beschrijft zijn aanpak in de nota duurzaamheid.
  • Volgende fases: in elke fase levert het ontwerpteam de ingevulde file incl. bewijsvoering aan.
  • Controle/beoordeling door de opdrachtgever: De opdrachtgever controleert en analyseert de aangeleverde documenten. Hij kan zijn opmerkingen direct in de overzichtsfile noteren en zo terug bezorgen aan het ontwerpteam. Idealiter wordt dezelfde overzichtsfile doorheen het volledige project gebruikt.

Als principe geldt: als 90% aan een eis voldoet, mag ‘uitstekend’ toegekend worden. Indien dus 90% van de beglazing van een project eenvoudig bereikbaar is en zonder bijkomend gereedschap gewassen kan worden, dan is dit ‘uitstekend’.

 

Het percentage heeft altijd betrekking op het onderdeel of item waarover het gaat. Bij zonwering dus op de zonwering in het project, bij vloeren op de vloeren.

Criteria voor Gebouw

Ja, men kan dan bij het invullen van de documenten enkel rekening houden met het deel van het gebouw dat gerenoveerd wordt.

Het label toegankelijk gebouw bestaat momenteel enkel voor kantoorgebouwen. Voor alternatieven kan u best contact opnemen met Inter.

De graad van toegankelijkheid wordt bepaald door de “keten van toegankelijkheid”. Elk onderdeel van een gebouw vormt een schakel in een groter geheel. Als één van deze schakels in een gebouw of omgeving niet toegankelijk is,
wordt de keten van toegankelijkheid doorbroken.
Voor ‘beter’ in GRO is het dus nodig dat aan álle zwart aangeduide eisen voldaan wordt.

In samenspraak met de toegankelijkheidsadviseur kunnen alternatieve oplossingen besproken worden indien bepaalde randvoorwaarden van het project de standaardoplossing niet toelaten, bijvoorbeeld bij bestaande gebouwen. De toegankelijkheidsadvisuer is de meest geschikte persoon om samen met het ontwerpteam en de opdrachtgever de best mogelijke alternatieve oplossing te zoeken voor een zo hoog mogelijke graad aan toegankelijkheid.

De invloed van de gebruiker kan soms tegenstrijdig zijn met het streven naar energiezuinigheid en goed gebouwbeheer. Als opdrachtgever geeft men prioriteit aan één van de twee aspecten:
• aan de invloed van de gebruiker (dus de zonwering kan op elk moment door de gebruiker beïnvloedt worden = 1 punt) of
• aan het zomercomfort (geen invloed op zonwering = 0 punten).

Er bestaan ook tussenoplossingen waarbij de gebruikers enkel invloed kan hebben op de zonwering in periodes waarbij geen of nauwelijks negatieve impact op het zomercomfort te verwachten is. Bijvoorbeeld is de sturing zo geprogrammeerd dat de gebruiker de zonwering niet individueel kan sturen als de zoninstraling boven een bepaalde drempel (x watt/m²) ligt.

Enkel indien het project volgens de EPB-regelgeving onder ‘renovatie’ valt.

Indien ervoor wordt gekozen om de beoogde verbetering (10 of 20%) te realiseren op de eis Umax/Rmin

Vanaf 1 maart 2021 wordt er naast het oude energieabel een nieuw energielabel geïntroduceerd. Het label wordt geleidelijk ingevoerd waarbij de labels A+, A++ en A+++ verdwijnen. De reden hiervoor is dat toestellen steeds energiezuiniger worden en er ontstond verwarring tussen de verschillende A-labels. Daarom worden alle labels omgezet naar een meer simpele A tem G schaal. Initieel zal bij de herschaling telkens het A-label leeg zijn om zo plaats te laten voor innovatie. Vanaf maart 2021 bestaan de twee energielabels dus naast elkaar.
Op dit moment (stand oktober 2021) zijn volgende productgroepen voorzien van een nieuwe energielabel:

  • huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties (geen droogkasten);
  • elektronische schermen (televisietoestellen en computerschermen);
  • koelapparaten (koelkasten, diepvriezers en wijnkoelers);
  • huishoudelijke vaatwassers;
  • lichtbronnen.

Hier vindt u meer info over het nieuwe label.

In GRO versie 2020.1 zijn waar nodig het oude én het nieuwe energielabel opgenomen in de eisen. Echter zijn de schalen niet zomaar vergelijkbaar. Vooral bij de huishoudelijke toestellen zal eenzelfde klasse voor de ene productgroep moeilijker te halen zijn dan voor een andere productgroep.

Er bestaat inderdaad geen Europees Energielabel voor medische apparatuur of professionele keukentoestellen. Deze vallen bijgevolg niet onder GRO.

 

Om tot energiezuinige toestellen te komen, kan u o.a. naar het energieverbruik van de toestellen kijken, naar het GWP van de koelmiddelen enz.